Klaar voor de start?
Je kent ChatGPT. Vrijwel iedereen heeft er inmiddels weleens iets aan gevraagd, en waarschijnlijk heb je ook al eens gezien dat er code uit komt rollen als je erom vraagt.
Maar chatten is nog geen vibe coding.
Want dan begint het pas: je krijgt een blok code terug, en vervolgens mag jij het kopiëren, ergens neerzetten, proberen te starten, de foutmelding terugplakken en weer opnieuw. En nog eens. Dat is geen goede vibe om mee te bouwen.
Vibe coding begint op het moment dat je die blokken niet meer zelf hoeft te verslepen. Dat er iets op je eigen computer staat dat de bestanden zélf aanmaakt, het programma zélf start, de foutmelding zélf leest en het zélf nog een keer probeert. Net zolang tot het precies is wat je wil.
Dat ding heet een agent. En die installeren is de echte startlijn.
Chatbot versus agent
Een chatbot geeft antwoord, en jij voert het uit. Een agent maakt zelf de bestanden aan, draait de code, leest de foutmelding die eruit komt en probeert het opnieuw. Dat verschil klinkt klein. Het is het verschil tussen een recept voorlezen en iemand die kookt.
In allebei de gevallen zit er hetzelfde onder. ChatGPT is een taalmodel met een chatvenster eromheen: alle berichtjes worden gegeven aan het model, dat er vervolgens het volgende berichtje bij bedenkt. Een agent is diezelfde motor in een andere schil: eentje met handen, die in plaats van een berichtje ook een commando aan je computer kan sturen.
Waarom is zo’n ding eigenlijk zo goed in code?
Even heel kort een stukje achtergrond.
Een machine die het volgende woord raadt
Onder de motorkap zit een taalmodel (een LLM, large language model): één gigantische wiskundige functie, getraind op een absurde hoeveelheid tekst, met steeds dezelfde opdracht — raad wat er hierna komt. Doe dat vaak genoeg en er ontstaat iets dat verrassend veel op begrip lijkt. Geen database met antwoorden, maar patronen.
En hier komt de clou: code is ook gewoon tekst. Voorspelbare tekst zelfs, met strakke regels. Miljoenen programma's, foutmeldingen en oplossingen zaten in de trainingsdata. Daarom is een taalmodel niet toevallig goed in programmeren — het is er misschien wel beter in dan in de meeste andere dingen.
Dat verklaart ook waarom een agent problemen kan opsporen en verhelpen. Een foutmelding is óók tekst, en er staat in de trainingsdata duizend keer hoe je zo’n foutmelding moet oplossen.
Wat je nodig hebt
Voor je begint
- Een computer van de afgelopen jaren. Een moderne Mac, Windows of Linux met een paar gigabyte werkgeheugen is genoeg. Je hoeft niets zwaars te draaien — het rekenwerk gebeurt elders.
- Een account. Gratis beginnen kan — bij Codex zit een beperkte proefstand in het gewone gratis ChatGPT-plan. Wil je serieus doorwerken, dan kost het je iets van acht tot twintig euro per maand.
- Verder niets. Geen zwart terminalvenster, geen losse onderdelen die je eerst moet installeren. Het is tegenwoordig een gewone app die je downloadt en dubbelklikt, net als elk ander programma.
Je keuzes
Twee stuks, en ze doen allebei ongeveer hetzelfde.
Begin met Codex, in de ChatGPT-app (van OpenAI). Niet omdat het de beste is, maar omdat het de laagste drempel heeft: in het gewone gratis ChatGPT-plan zit een beperkte Codex-stand waarmee je kleine klusjes kunt doen. Genoeg om te ontdekken of dit iets voor je is, zonder eerst je pinpas te pakken. Bevalt het, dan zit je bij de goedkoopste betaalde stap rond de acht euro per maand. De app is er voor macOS, Windows en Linux; je stapt erin met het account dat je waarschijnlijk al hebt. → wat elk plan je geeft
Claude Code, in de Claude-app (van Anthropic) is mijn eigen keuze, en waar ik dagelijks in werk. Je installeert de app, kiest een mapje op je computer en typt wat er moet gebeuren. Je kunt hem in een stand zetten waarin hij éérst laat zien wat hij wil veranderen en jij op akkoord klikt — fijn als je nog niet weet wat je ervan moet vinden. Alleen: gratis proeven zit er niet in. Een betaald abonnement is verplicht vanaf de eerste minuut. → wat elk plan je geeft
Dus: eerst gratis uitproberen met Codex, en als het je pakt, kijk je verder. Maar kies er dan wel één en blijf er even bij. Rondshoppen kost je meer tijd dan de verschillen je opleveren, en allebei zijn ze goed genoeg om je eerste tien projectjes mee te bouwen.
En de open source route? Die bestaat: modellen die je zelf downloadt en op je eigen computer draait, gratis en zonder dat er data je huis verlaat. Verleidelijk, en op termijn echt de moeite waard. Maar niet nu: dit is toch echt iets voor gevorderden. Laten we niet te hard van stapel lopen — we komen er ongetwijfeld nog op terug.
De installatie
Hier komt geen stappenplan, en dat is met opzet. In deze hoek verandert alles nog razendsnel: knoppen verhuizen, schermen zien er volgende maand anders uit, en pagina’s krijgen een nieuw adres. Toen ik dit stuk schreef, bleken twee van de pagina’s hieronder in de tussentijd al verplaatst — en dat zijn de officiële pagina’s van de makers zelf.
Dus geen instructies van mij, maar een doorverwijzing naar de bron. Zegt die iets anders dan ik hier schrijf, dan wint de bron:
- Codex, in de ChatGPT-app → installeren
- Claude Code, in de Claude-app → installeren
Wat je ongeveer te wachten staat: je downloadt een installatiebestand, je dubbelklikt het, je logt in met je account, en je wijst een mapje aan om in te werken. Bij elkaar een minuut of tien, waarvan negen wachten op de download.
“Maar moet ik dan niet leren programmeren?”
Niet vooraf. En dat is iets anders dan nooit.
Je gaat het namelijk wél oppikken, of je nu wilt of niet — en dat is het leukste deel. Want lezen kun je veel eerder dan schrijven. Na een paar avonden zie je in de code die langskomt ineens dingen die je herkent.
Vroeger moest je eerst een taal leren voordat je iets mocht maken. Nu maak je eerst iets, en pik je onderweg op hoe het in elkaar zit — omdat je nieuwsgierig wordt naar je eigen ding. De volgorde is omgedraaid. Wat je leert is hetzelfde.
En welke taal dat dan wordt? Die vraag hoef je nu niet te beantwoorden. Je krijgt vanzelf wat bij je plannetje past, en tegen de tijd dat het uitmaakt, weet je genoeg om erover mee te praten.
Klaar voor de start?
Staat de app eenmaal open, dan is dit je eerste kwartier: vraag hem wat hij allemaal kan. Vraag hem een mapje te maken. Vraag hem één klein bestandje te schrijven en het meteen te openen. Kijk wat er gebeurt als je zegt dat het niet werkt.
Je hoeft niet te weten waar je precies mee bezig bent. Je hoeft alleen nieuwsgierig genoeg te zijn om het uit te proberen — de rest pik je onderweg op.
Volgende keer gaan we echt iets bouwen.